Zeventig jaar geleden besloot de Nederlandse regering een nieuwe waterlinie aan te leggen langs Rijn en IJssel. Begin jaren vijftig was de stelling klaar. Ruim tien jaar later werd de linie al weer opgeheven: de NAVO kon een eventuele vijand veel verder naar het Oosten tegenhouden. Ger de Wind haalt herinneringen op aan zijn tijd als batterijcommandant in 1953-54 van een van de stellingen van die IJssellinie, die in de Ooijpolder bij Nijmegen. Hij bezocht de restanten en sprak met omwonenden die nog steeds met het grootste plezier herinneringen ophalen uit lang vervlogen jaren toen zij die IJssellinie allemaal als kind zagen komen en weer zagen gaan.

Wat dreunt daar op de heide?
Wat blinkt daar in ’t verschiet?
Wat dondert tusschenbeide,
dat men door stof niet ziet?

Hoe flikkeren die zwaarden,
wat forsche melodie!
Hoe rennen daar die paarden.
’t Is veldartillerie.

Dat was het oude lied waarmee officieren van de veldartillerie ons luchtdoelartilleristen in de bar van de Prins Hendrikkazerne in Nijmegen uitdagend toezongen. Naarmate de avond vorderde, werd het zingen luider en steeds minder maatvast. Het hielp niet als we riepen dat we in geval van oorlog veel eerder met de Russen in aanraking zouden komen dan zij, omdat Russische vliegtuigen sneller hier zouden zijn dan de veldartillerie. Het leek die avond gelijk spel in het uitdagen. Tot een slimme veldartillerist ontdekte dat op het zwarte bandje op onze uniformschouders de regimentsnaam Kornwerderzand stond.

“Man, jullie van Kornwerderzand hebben wel een embleem met kanonnen op je baret maar jullie zijn geen echte soldaten! Jullie zitten niet eens in de NATO! Jullie zijn maar territorialen!”

Had hij gelijk? Waren wij van het territoriale Nederlandse leger wel een echt onderdeel van de NATO? Of had Nederland na de verloren oorlog om de koloniën te behouden, het verleden opnieuw niet los willen laten? We hadden ons immers eeuwenlang met succes achter waterlinies verschanst dus moest dat met de IJssellinie ook nog maar eens kunnen?

“Daar spring ik zo overheen!” zei maarschalk Montgomery toen hij het ontwerp van de IJssellinie zag. De NATO aarzelde, maar het eigenwijze Nederland niet. Vanaf 1950 werd er dus druk gebouwd aan stellingen bij Arnhem, Deventer en in de Ooij bij Nijmegen. In geval van oorlog zouden bij die drie plaatsen enorme caissons in de Rijn, de IJssel en de Waal worden gevaren. De dijken stak men dan door en een enorme watervlakte zou ontstaan van het IJsselmeer tot de grens met Duitsland. Het was de taak van ons luchtdoelartilleristen om de caissons tegen luchtaanvallen te verdedigen zodat de Russen ze niet lek konden bombarderen want dan ging het water weer de rivierbeddingen in en dat was niet de bedoeling. Het moest een kilometers brede zone vormen waar geen tank of kanon doorheen kon komen. Net zoals in de drie eeuwen vóór 1950.

Als dienstplichtig luitenant was ik commandant van een batterij luchtdoelartillerie die in de Ooijpolder bij Nijmegen het luchtruim moest verdedigen, ‘s nachts geholpen door een batterij zoeklichten. Het was een heerlijke tijd. Wanneer een zachte zomerwind door de uiterwaarden waaide, keken we vanaf de in het water opgeworpen heuveltjes voor het geschut naar de voorbijvarende duwboten en in de Waal badende meiden, want het water was toen nog schoon. Of we biljartten in het cafeetje op de dijk, vlak bij de steenfabriek waar het afdelingscommando huisde, want verder waren de dagen in de stellingen lang en saai. Soms was er ’s nachts een alarmoefening om te testen of alles wel goed was georganiseerd. We haakten dan de kanonnen en de zoeklichten achter onze artillerietrekkers en daverden met hoge snelheid over de Groesbeekseweg en de Oranjesingel, onder de oprit naar de Waalbrug door de Ooij in. We moesten echter eerst even de Waalbrug over, naar Fort Lent omgranaten voor de kanonnen en kogels voor de mitrailleurs te gaan halen. Die lagen daar in dat geheimzinnige fort opgeslagen. Dat gebeurde in het pikdonker want we moesten leren de munitie in te laden in het donker, als de vijand dichtbij kon zijn. We mochten niet zichtbaar zijn vanuit de lucht dus onze gedimde lampen gaven weinig licht op de smalle dijken maar we kenden zo langzamerhand alle bochten en kuilen. Als alles klaar stond in de stellingen gingen de enorme zoeklichten aan die hun gigantische stralen langs de nachthemel lieten zwaaien. We juichten als we een KLM-vliegtuig in de schijnwerpers kregen. Een paar kratten bier van het café achter de dijk waren dan het loon voor de jongens bij de zoeklichten en achter de kanonnen. De volgende dag kregen we een woedende piloot aan de lijn. Hij was verblind door de zoeklichten. Ik vroeg hem of hij liever Russische zoeklichten op zijn vliegtuig zag. “Nou, nee…” zei hij. We nodigden hem uit om met ons wat te komen drinken in restaurant Sprokkelenburg aan de overkant. Dat zou ook ons dan eindelijk de kans geven om eens binnen te komen in dat geheimzinnige gebouw waarover we allerlei spannende verhalen hadden gehoord. Maar de afdelingscommandant stak daar een stokje voor. “Daar zijn jullie nog te jong voor” zei hij. “En jullie hebben er ook niet genoeg geld voor.” Meer wilde hij niet zeggen. Dat maakte het nog spannender.

Aan de overkant van de Waal lag het enorme caisson bij een speciaal gegraven haven vaak een beetje somber en dreigend naar ons te kijken. Eén keer hebben we gezien wat er zou gebeuren in geval van oorlog. Het caisson werd toen door sleepboten moeizaam uit de haven gemaneuvreerd en langzaam tussen de twee in de Waal stekende hoofden gevaren. Een indrukwekkend gezicht. De Waalschippers waren niet blij met dat caisson want aan beide kanten moesten ze stoppen en voor anker gaan. Ze gaven dan lucht aan hun boosheid door zo nu en dan flink met hun scheepshoorns te toeteren.

Zo beleefden we de Koude Oorlog in de kazerne en in de Ooij. We volgden in die jaren de  oorlog in Korea, zagen de rode vloedgolf bijna heel Zuid-Korea bezetten, door de Amerikanen weer tot ver in Noord-Korea worden teruggedreven, tot die door de Chinezen weer werden teruggejaagd en niemand iets had gewonnen bij deze bloedige oorlog, die nog steeds niet officieel is beëindigd, al wordt er nu over vrede gesproken. Het was de eerste bloedige oorlog tussen “onze” wereld en de communistische wereld.

Toen ik in 1954 vanuit de Prins Hendrikkazerne afzwaaide was de nog bloediger oorlog in Vietnam al begonnen met de Franse nederlaag bij Dien Bien Foe. We keken bezorgd naar de films over het geweld dat over de arme Vietnamezen losbarstte en dat ons ook zou raken als de Koude Oorlog een echte oorlog zou worden.

De Koude Oorlog bleef nog bijna veertig jaar ons leven en dat van onze kinderen begeleiden. De stellingen in de Ooij bij Nijmegen bleken al snel geen strategisch nut meer te hebben en werden in de jaren zestig al weer afgebroken. Fiets op een zonnige dag eens door de stellingen aan beide zijden van de Waal, kijk naar de restanten van de IJssellinie die zo simpel en eenvoudig lijken vergeleken met de duizenden razendsnelle atoomraketten die negen landen klaar hebben staan om de wereld te verwoesten. Er is nog wat te zien van de ingegraven tankkoepels die gelande Russen moesten beletten de caissons op te blazen om hun troepen door te laten stoten. Het bord je over de gasbescherming hangt nog in de commandobunker. De commandobunker is nu opbergruimte maar als u naar binnen gaat en goed luistert hoort u tussen de barse, betonnen muren en achter de dikke stalen deuren dansmuziek want het lokale drummerteam is aan het oefenen voor de volgende bruiloft. En het biljart staat na zeventig jaar nog steeds te dromen bij Looijschelder op de Ooijbandijk. En bedenk dat er in West-Europa al driekwart eeuw vrede is. Misschien had Montgomery wel gelijk maar het kan ook zo zijn dat het IJssellinieproject een beetje heeft bijgedragen aan het behoud van die vrede. Ik heb de Tweede Wereldoorlog bewust meegemaakt, mijn familie zien wegslepen naar Auschwitz. Met zorg zie ik dat Nederland bij de landen in West-Europa hoort die het minste aan zijn defensie uitgeven. Kennelijk heeft men niets geleerd van Hitlers bombardement op Guernica dat het begin was van de tapijtbombardementen op onschuldige burgers, van de dood van een miljoen soldaten in en om Stalingrad, van de moord op zes miljoen joden in die oorlog. IJssellinies zullen we niet meer bouwen maar doen we wel genoeg om nieuwe oorlogen te voorkomen?

> Met dank aan de Stichting IJssellinie voor het gebruik van hun foto’s. Waar we niet beschikten over foto’s van de stellingen in de Ooij hebben we foto’s van de Stichting IJssellinie gebruikt die bij Deventer of Arnhem zijn gemaakt. <