Toen de bom op 5 augustus 1945 op Hiroshima viel, was Eindhoven al weer een jaar een vrije stad. We hadden de laatste Engelse en Amerikaanse tanks uitgezwaaid, soldatenbruidjes reden met hun eerste kinderwagens rond in verre steden en dorpjes waar we nooit van hadden gehoord: Poughkipsie, Alberta. Of dichterbij in Exeter of Edinburg. Welschap heette niet meer Deutsches Fliegerhorst maar weer Welschap. Eindhoven Airport kwam pas veel later. De Gloster Meteor straaljagers raasden niet meer over Woensel en Strijp.

Op de dag dat de bom op Hiroshima viel, veranderde de wereld voor altijd. Voor het eerst had de mens de macht om ons kleine planeetje onleefbaar te maken. Het rotsje dat met zijn griezelig dunne laagjes aarde en lucht in een onmeetbaar groot heelal om een hete zon zweeft. Dat beseften we toen niet. We juichten. “De Japanners kregen hun verdiende loon. Ze hadden ons Indië afgepakt.”

Vorige maand, drie kwart eeuw later, hield Obama een kleine Japanse man in zijn armen, een van de weinige nog levende inwoners na de bom van Hiroshima.

De Japanner huilt. Ook de machtigste man van de wereld huilt. Hier speelt zich een onbeschrijfelijk drama af, een drama van hoop. De president die nog niet leefde toen de piloten van zijn land de bom afwierpen, houdt de laatste man vast die het kan navertellen. Hier troosten twee burgers elkaar van staten die ooit doodsvijanden waren. Ze weten wat wij mensen de ander aandoen. De Japanner drukt zijn hoofd tegen de borst van de president. Hij huilt, denkt aan zijn vader en moeder die op die dag in de vuurbol verdwenen. Obama kijkt naar de grond. Ook hij beseft wat er toen is gebeurd. Zijn traan valt op de schouder van de Japanner.

Een paar weken later spreekt Obama op de televisie over de noodzaak het wapenbezit in zijn land te beperken. Zijn stem hapert als hij de kinderen opnoemt die door hun eigen landgenoten in het wilde weg zijn neergeschoten. Hij denkt aan zijn eigen kinderen. Hij is in de bijna voorbije acht lange jaren oud geworden. Langs zijn nu gegroefde wangen lopen weer tranen. Hij draait zijn gezicht niet weg van de camera. De Amerikanen en de wereld mogen zien dat de VS een president heeft die kan huilen over het leed van de medebewoners van dit stofje in het heelal. Ze zien dat de VS een gevoelig mens als president heeft. Hij zal voorlopig op die post de laatste mensenmens zijn. De VS zullen daarna geen president of presidente hebben die huilend zijn of haar verdriet toont, die probeert het land op de weg te brengen die wij Europeanen in de vorige eeuw gingen: de weg van kleine mensjes, die elkaar eeuwenlang met bommen bestookten. Ons Europa waar niet op de eerste plaats het geld van de rijken telt maar het geluk en het verdriet van allen omdat we met bloed en schande hebben geleerd hoe het mis kan gaan. En dat het niet nog eens mis mag gaan. De strijdbijlen werden begraven, de grenzen gingen open, de welvaart steeg naar ongekende hoogte.

Onze morele leidster is een vrouw: Angela Merkel. Ze komt uit het land waar de laatste Muur in vrede door een juichende menigte is geslecht. Ze heeft achter die muur geleefd. Ze komt uit het land waarover de dichter Célan schreef ”Der Tot ist ein Meister aus Deutschland.” Ze kan het weten. Haar landgenoten waren die Meisters. Velen van haar leeftijdsgenoten achter die muur ook. Maar toch bouwen we nieuwe grensmuren in Europa, laten we duizenden vreemdelingen verdrinken voor de poorten van ons paradijsje.

Ik kan het ook weten. Mijn voorouders waren ooit vluchtelingen, leefden in vrede in dit gastvrije land tot hun nakomelingen, waaronder mijn familie, in Auschwitz werden vergast.

We zullen de volgende jaren niet leven met een president als Obama maar met een Amerikaanse president(e) die het allemaal niet heeft meegemaakt, niet de moeizame Europese weg van oorlog en moord naar verzoening, zoals wij die gingen. Voor wie macht en geld telt, niet de tranen van kleine mensen die elkaar vasthouden. De VS, de zoon die lang geleden vertrok en ons nog beschermt, en wij Europeanen, zoeken tussen de weer schreeuwende massa’s moeizaam naar nieuwe wegen, naar nieuwe doelen in een wereld vol bommen, waarbij Hiroshima kinderspel was. Laten we hopen dat zij die wegen vinden op dit minuscule rotsje in het grote heelal opdat wij het Europese paradijs dat we hebben gebouwd niet hoeven af te breken. Want nieuwe Meisters staan al weer klaar.

> Opgenomen in het Eindhovens Dagblad 2016 <