Generalfeldmarschall Hindenburg werd in Duitsland beroemd doordat hij in Eerste Wereldoorlog oorlog bij Tannenberg, het Russische leger versloeg. Na die oorlog werd hij in 1925 benoemd tot president van Duitsland waarin hij geleidelijk de macht overnam en in Duitsland een militaire dictatuur vormde. In januari 1933, toen hij al 86 was, benoemde hij Hitler tot Rijkskanselier. Hindenburg stierf een jaar later, waarna Hitler zichzelf tot Führer en Reichskanzler benoemde. Onmiddellijk na de machtsovernamen begon al de onderdrukking, verdrijving en later de moord op de Duitse joden. Wie de beelden uit die dagen in documentaires ziet, beseft wat gebeurt als een volksmenner grote massa’s mensen in beweging weet te brengen. Winkels en woonhuizen werden geplunderd. Synagogen werden in brand gestoken, joden werden afgeslagen en uit hun huizen verdreven, soms met slechts één uur tijd om te vertrekken. De eerste concentratiekampen werden al snel geopend, zowel voor joden als voor andere burgers die tegenstanders van de nazi’s waren. Duizenden joodse families vluchtten uit Duitsland, vaak met achterlating van alles wat zij en hun voorouders in Duitsland tot stand hadden gebracht.

Ons land speelde in dit drama op twee manieren een rol. In beide gevallen geen rol om trots op te zijn. In de jaren vóór de oorlog was Nederland een van de toevluchtsoorden voor Duitse, Oostenrijkse en zelfs Poolse joden, maar stopte daar mee al vóór de Duitsers binnenvielen. Het bleek niet mogelijk internationale afspraken te maken voor de opvang. In de oorlog werd 70 procent van de ruim 100.000 Nederlandse joden opgehaald en  vermoord. In andere landen in Europa was het percentage vermoorde joden veel lager.

Aanvankelijk konden de joden in Nederland wel worden opgevangen, vooral door joodse families, maar al vanaf 1934 werden de aantallen beperkt en probeerde Nederland hen terug te sturen. Joden mochten toen in Nederland, net als in Hitlers Duitsland met het “Berufsverbot”, geen beroep meer uitoefenen. Vanaf 1939 nam Nederland geen Duitse joden meer op. Als ze bij de grens werden aangehouden werden ze “illegaal” verklaard en teruggestuurd. Otto Frank wist in 1934 met vrouw en dochter binnen te komen. We weten nu welk lot hen wachtte. Na de furie van de Kristallnacht in 1938 ontstond een massale vlucht van Duitse joden naar het buitenland. Nederland nam meer dan 35.000 vluchtelingen op, niet alleen joden maar ook sociaal-democraten, communisten en vakbondsleiders.

In Westerbork werd een Centraal Vluchtelingenkamp opgebouwd, waar bij de Duitse inval in 1940 1100 mensen verbleven. In 1942 werd het kamp door de Duitsers overgenomen en werd het doorgangskamp naar Auschwitz, ook voor mijn familie. In Duitsland was de grootste moord uit de menselijke geschiedenis begonnen. Eerst werden tienduizenden gehandicapten, ongeneeslijk zieken en psychiatrische patiënten vergast door koolmonoxide, kogels en dodelijke injecties. Later werden de kampen massamoordfabrieken. Ondertussen waren in Palestina de grondslagen gelegd voor het latere Israël en hielpen joodse organisaties als de Hagana uit Palestina de vluchtelingen te ontsnappen naar Israël. Duizenden joden vluchtten naar Frankrijk en Spanje en zelfs te voet met hun kinderen over de Alpen. Ze werden vandaar met schepen naar Israël gebracht.

Een van de meest dramatische tochten was die met de het schip President Warfield, een oud troepentransportschip van de Verenigde Staten. Het schip was door een joodse organisatie aangekocht omdat het een geringe diepgang had en daardoor buiten de havens in Israël op het strand kon varen om de vluchtelingen af te zetten. Die werden dan lopend door het water aan land gebracht. Die methode was nodig omdat de Britten Palestina bestuurden en de haven van Haifa geen joden toeliet. Palestina was de Britten als mandaatgebied in 1922 toegewezen nadat het Ottomaanse Rijk was ondergegaan. De Brittenwaren bang dat de toevloed van joodse immigranten tot opstand onder de Arabieren zou leiden en probeerden de joden tegen te houden. Als ze in de Palestijnse haven binnenkwamen, werden de meesten niet toegelaten maar naar interneringskampen in Cyprus gebracht, waar tenslotte 60.000 joodse vluchtelingen in kampen werden geïnterneerd. Het schip President Warfield vervoerde 4500 overlevenden van de Holocaustkampen. Ze hoopten in Palestina na de lange onuitsprekelijke ellende in Israël een nieuw en veilig leven te beginnen. Het schip werd vanaf het begin gevolgd door de Britse geheime dienst en twee oorlogsschepen en zelfs een keer geramd.

Op 18 juli 1947 werd het schip door de Britse marine in internationale wateren voor Haifa opgebracht. Bij vier uur durende gevechten aan boord met de Britten kwamen drie bemanningsleden om het leven en raakten velen gewond. De gevechten werden door de boordradio naar een radiostation in Palestina doorgestuurd en live uitgezonden. De volgende dag kwam het schip de zwaarbewaakte haven van Haifa binnen en werd opgewacht door een mensenmenigte van duizenden personen. De Britten wilden met het onderweg in Exodus 1947 omgedoopte schip een voorbeeld stellen om de illegale immigratie een halt toe te roepen. In Haifa werden de passagiers op drie gevangenisschepen overgezet en teruggestuurd naar Frankrijk.

Hoewel de situatie aan boord onhoudbaar was weigerden de meeste passagiers drie weken lang van boord te gaan. De Britten brachten hen vervolgens naar Hamburg in de Britse bezettingszone in Duitsland. Onder het oog van de internationale pers werden de passagiers met geweld van boord gehaald en geïnterneerd in   twee kampen bij Lübeck. Toen de winter naderde waren de onverwarmde kampen onleefbaar geworden en de Joden werden overgebracht naar de kampen van Emden en Sengwarden in Duitsland. De behandeling van de emigranten riep grote internationale verontwaardiging op. Op 6 oktober 1947 werden de emigranten, waaronder bijna duizend kinderen wier ouders in de kampen waren omgekomen, in Duitsland vrijgelaten.

“Ik kon er niet meer blijven”, zegt de nu 67-jarige Marthie Dothan. Marthie werd geïnterneerd in een kamp bij Emden, maar de ironie van het lot wilde dat de joodse verzetsbeweging haar in een begrafenisauto smokkelde naar Bergen Belsen waar zij met haar ouders en zusje tijdens de oorlog had vastgezeten. Haar vader was er gestorven. Met valse papieren bereikte Marthie op 24 februari 1948 Palestina. Op 29 november 1947 stemden, mede door de gebeurtenissen op de Exodus, de Verenigde Naties voor de tweedeling van Palestina. De joden kregen hun eigen staat Israël die in 1948 de onafhankelijkheid kreeg, maar door de Arabieren niet werd erkend. Onder druk van een sterke joodse lobby ijverde Truman voor het opnemen van joodse vluchtelingen in Amerika, maar hij ondervond grote weerstand in het Congres. Van 1946 tot 1948 werden slechts 13.000 joodse vluchtelingen toegelaten. Engeland nam 3000 joodse vluchtelingen op, minder nog dan Nederland.

Geen wonder dat de meeste joodse vluchtelingen naar Palestina wilden. Vanuit Parijs werd die illegale immigratie, de Alya Bet, openlijk geregeld. Joden werden vanuit heel Europa met valse papieren naar havenplaatsen aan de Middellandse Zee gesmokkeld. Daar was de Britse geheime dienst actief. Zij schrok er niet voor terug om boten onklaar te maken en de bemanning te bedreigen. Toch hebben 65 boten met 115.000 vluchtelingen hun kans gewaagd. Vele van de naar Israël gevluchte joden waren hoog opgeleid en hebben veel bijgedragen aan de ontwikkeling van hun nieuwe vaderland Israël. Zo heeft Hitler het omgekeerde bereikt van wat hij wilde. Hij zocht de vernietiging van het joodse volk, hij bereikte dat dat volk na tweeduizend jaar een huis vond.

Palestina, twee duizend jaar geleden en nu weer Israël, is de enige welvarende, democratische staat in het Midden-Oosten. Wat de kruisvaarders niet wisten te bereiken, de islamieten uit Jeruzalem te verdrijven, lijkt een kleine groep joodse emigranten wel waar te maken. Jeruzalem blijft echter een open wond waar de drie “boekgodsdiensten” hun heilige kerken dicht bij elkaar hebben staan. Het is geen vreedzame ontmoeting geworden.

Ger de Wind. Februari 2019. Uit Oorlogsverhalen uit Eindhoven …en de rest van de wereld.