In juni vieren we ons zestigjarig huwelijksfeest. Dan is het boek over de familiegeschiedenis klaar. De stamboom begint in 1730 met Isaac Levy. Onder Napoleon verwisselde zijn zoon Alexander de familienaam voor de Nederlandse naam de Wind. Hij redde daarmee mijn leven. Dat geluk hadden mijn grootouders, ooms, tante en Betty niet. Ze werden in Auschwitz vermoord.

Ik ben naar het huis op het Amstelveld in Amsterdam gegaan, waaruit ze waren opgehaald. Bouwvakkers waren bezig het op te knappen. Op de eerste etage, waar Betty en ik ooit speelden, braken ze luid zingend de houten vloer open. Hijgend klom ik de ladder op.

“Dag ouwe, kom je helpen?” Ik legde uit wat ik kwam doen. Het lied verstomde.

“Tja, ik weet er van meneer. Maar uw opa heb ik niet gekend. Nicht gewusst” bulderde hij. De anderen lachten schuchter mee. Wisten zij veel…

Ik wilde wél meer weten, ben naar Auschwitz  gegaan. De trein denderde door winters land, de route die mijn familie zeventig jaar geleden ook had gereden, onwetend van hun lot.

Mijn warme touringbus uit Krakau stopte voor de poort met het opschrift ARBEIT MACHT FREI. Wat heeft de moordenaars bezield om dit cynische opschrift in de poort van de dood te plaatsen? Het was een koude dag. Ik liep een eindje langs het hoge prikkeldraad. Nam een handvol zand mee. Misschien zat er een korreltje as in van Betty. Dat kon ik thuis over de bloemen strooien, denken dat er toch nog iets van hen thuis was gekomen. Toen ze in een vrachtwagen wegreden, begeleid door Amsterdamse politie, hoopten ze immers het Amstelveld terug te zien…

Op dat doodsperron hebben ze gelopen. Opa en oma strompelden moeizaam. Gideon en Ali liepen met Betty aan de hand tot Gideon naar de andere rij moest.

Er staan nog barakken zonder deur, muurrestanten, schoorstenen. Ik liep naar binnen. Dacht aan hun dood. Grote spinnen hadden in de raamgaten hun web gesponnen. Ze loerden zoals ze in 1942 loerden. Door de gaten keek ik naar buiten. Waait er nog as van mijn familie over die vlakte? Kruipt het nog rond in de naden van deze keet, tussen de lege stapelbedden van ruwe planken? Ritselt het nog over het dak? Zit het misschien in dat spinnenweb?

Een koude wind uit Tsjechië blaast suizend binnen. De bus rijdt weg.

Mijn Half-Day Tour Auschwitz is voorbij…