Polen en Hongarije blokkeren de Europese begroting en daarmee ook hulp uit het coronafonds van € 750 miljard aan zwaar getroffen EU-landen. Ze verzetten zich daarmee tegen de daarbij geldende voorwaarde dat hun rechtssystemen aan de Europese eisen voldoen.
Wie dit wil begrijpen moet terug in de geschiedenis. Die van Polen is in de laatst tweehonderd jaar een opeenvolging van ellende. Honderdduizend Polen volgden Napoleon tegen aartsvijand Rusland. Ze verloren. Polen werd weer Russisch. Pas na 1918 werd dit trotse volk onafhankelijk. Door de nazi’s verwoest en weer door de Russen bezet. Polen leed, mede door het grote aantal joodse inwoners, uitzonderlijk zwaar onder de Duitse Jodenvervolging. Na de oorlog werd Polen door de Sovjetunie honderd kilometer naar het westen verschoven, ten koste van Duitsland. Daarbij kwamen miljoenen Polen en Duitsers om. Pas in 1990 was Polen vrij. Miljoenen van de huidige veertig miljoen Polen herinneren zich nog de onderdrukking door de nazi’s en door Rusland. Ook Hongarije heeft een geschiedenis van bezetting, zelfstandigheid en opdeling. Ook voor hen kwam vrijheid pas in 1990 maar nog steeds wonen door geschuif met grenzen miljoenen Hongaren in Roemenië. Eeuwenlang lag Hongarije op de grens tussen christendom en islam . Dat verklaart wellicht de afwijzing van asielzoekers uit het Midden-Oosten die Orban, tot Brusselse woede, ertoe bracht Hongarije met hekken te omgeven.

Het wantrouwen van beide volkeren tegen anderen, zowel uit Rusland als uit West-Europa, is geen nieuw, maar wel begrijpelijk verschijnsel. Het is dus geen wonder dat het nationalisme in beide landen sterk is en misbruikt kan worden door populistische leiders. Geen van beide landen heeft vóór 1990 ervaring opgedaan met democratie. West-Europa heeft twee eeuwen ervaring met democratie en heeft er desondanks nog steeds grote problemen mee. Het Poolse en Hongaarse gedrag t.a.v. de EU-begroting is daarmee niet goed te praten. Het is zelfs kortzichtig want zowel in Polen als Hongarije is het inkomen na EU-toetreding met tientallen procenten gestegen. Ze zijn dus sterk van de EU afhankelijk. Dat ze zich toch zo gedragen is echter niet alleen gebaseerd op achterdocht tegen “de anderen” maar ook op het in ons westen opkomende populisme waarmee sluwe leiders als Orban en Kaczynski hun volk weglokken van de rechtsstaat. Kaczynski doet dat met de PiS-partij Recht en Rechtvaardigheid met 45% van de parlementszetels. De grote man achter deze partij, Kaczinski, is nota bene minister van Justitie, waaronder de rechtspraak valt. Hij heeft pers en vrije oproep gemuilkorfd en kritische rechters vervangen. Hij preekt wantrouwen tegen “de elite”, richt zich tot mensen die vooral op het platteland wonen en zegt dat Polen door de PiS weer een trotse natie is geworden waarvan hij redder en hoeder is.
Orban bedient zich van soortgelijke termen en middelen. Op 30 maart 2020 kreeg hij macht om bij decreet te regeren om corona te bestrijden “tot hij de noodtoestand opheft”. Het parlement is hiermee uitgeschakeld. We kennen het populisme van Trump en Johnson, die, net als Orban en Kaczynski, de belangen van hun staten opofferen aan persoonlijke politieke of financiële belangen. Ook zij haalden daarmee meerderheden en toonden aan hoe makkelijk het is mensen te bedriegen.

Deze crisis stelt de EU voor een groot probleem in een tijd waarin de VS-koers niet duidelijk is, China snel opkomt en de gevolgen van Brexit op de EU afkomen.

De EU heeft uitspraken van het Europese Hof dat Hongarije, Polen en Tsjechië de EU-wetgeving met voeten traden toen ze weigerden mee te werken aan de afgesproken verdeling van asielzoekers, laten lopen en de uitspraak zonder gevolgen gelaten. Orban en Kaczynski voelen zich dus sterk. Ze kunnen echter nu niet op coulance van de EU rekenen. Er zal een oplossing moeten komen nu vrijwel alle EU-leden hun gedrag verwerpen. Maar zelfs dan zal dat geen halt toeroepen aan dat gedrag. Het is van groot belang voor het voortbestaan van de EU dat de communistische staten zich inpassen in het rechtssysteem, omdat Orban en Kaczynski navolging vinden op de Balkan. Slovenië heeft zich al bij hen aangesloten.

Het probleem van het populisme kan niet met juridische middelen worden opgelost. Het is een diep ingegraven politiek probleem dat bestreden moet worden met politieke middelen en economische investeringen. De EU kan meer bereiken met het ondersteunen van niet-populistische partijen. Zo is de Poolse combinatie PS en PSL, ooit geleid door de ex-voorzitter van de Raad van Europa, Donald Tusk, in zetels weinig kleiner dan PiS. Zij verdient steun uit Brussel of uit het Europees Parlement, zeker nu de Polen recent grote demonstraties hielden tegen PiS. In Hongarije ligt de situatie anders. Daar heeft de partij van Orban 52% van de door het kiessysteem vertekende zetels. Maar ook daar groeien de steden harder dan het platteland waar Orban zijn steun haalt.

Bedenk bij dit alles dat in Polen en in Hongarije mensen wonen die in het verleden bereid waren vrijheid met hun leven te verdedigen. Denk aan het Poolse Solidarnosc dat in 1980 het begin inleidde van de val van het communisme. Aan de strijd van het Hongaarse leger tegen de Russen in 1956 toen de Hongaren de opstand tegen het communisme in Polen wilden helpen. En aan het door de Hongaren openen van de Koude Oorlogsgrenzen om vele duizenden vluchtelingen door te laten. Bang zijn de Polen en Hongarije dus niet als het op hun vrijheid aankomt. Ze moeten alleen gaan beseffen dat populisme een doodlopende weg is en hebben daarbij onze hulp nodig, geen sancties. De Amerikanen zijn hen op 3 november voorgegaan met afkeuring van dat populisme. De Britten zullen ongetwijfeld volgen nu men zich realiseert dat ook Boris vooral ellende te bieden heeft.
De vraag is alleen: durft de EU de strijd aan met het bedrieglijke populisme of krabbelt men weer terug in eigen, vastgelopen stellingen. Europa kan zich beter bezinnen op de vraag hoe het kan blijven bestaan en sterker worden dan zich druk te maken over volkeren die moeizaam op weg zijn op een verkorte weg naar democratie, een weg die ons twee eeuwen kostte.

Vanuit de hoge, glinsterende torens in Brussel moet een nieuw verhaal komen dat allen in Noord, Oost, Zuid en West in stelling brengt om het laatste bastion van democratie te behouden.

Dáár liggen voor onze kinderen en kleinkinderen de EU-prioriteiten!

Ger de Wind

Deze ingezonden tekst wijkt af van de eerder in het Eindhovens Dagblad geplaatste tekst.

Naschrift. In de recente vergadering van de Europese Raad, de hoofden van de regeringen, heeft voorzitter Merkel een compromis bereikt. De maatregel blijft gehandhaafd maar zal voortaan eerst voorgelegd worden aan het Europese Gerechtshof. Dat betekent dat er minstens een jaar uitstel is ontstaan. Voor een toekomstige nieuwe maatregel is echter geen unanimiteit nodig. Bovendien is gebleken dat Polen en Hongarije snel in hun schulp kropen toen de Raad dreigde een nieuwe coronafonds te stichten waaruit Polen en Hongarije geen bijdragen zouden krijgen. Critici zeggen dat dit compromis weinig effect zal hebben. In Brussel wordt het akkoord als een overwinning gezien, maar de sfeer in deze twee landen is duidelijk anders bij tegenstanders van de regering en mensenrechtengroepen die meer steun uit Brussel hadden verwacht. Het is nu afwachten wat er gaat gebeuren. Hun positie is niet versterkt.